In de modder naar het goud zoeken

Als je iets bij anderen aanraakt, kun je zelf ook geraakt worden en zo kwam het dat van het een op het andere moment de tranen over mijn wangen liepen…

Sinds een paar maanden werk ik voor een mooie organisatie in de zorg. Ik werk met mensen (organisaties) waar ik ook graag mee wil werken. Verbinding, respect en gelijkwaardigheid vormen hiervoor de basis. Hier ben ik trouw aan. Werken vanuit deze principes en waarden, sluiten het werken op basis van ratio en vaststaande modellen uit. Sowieso geloof ik niet in het nadrukkelijk volgen van theorieën of modellen, omdat deze een maakbaarheid suggereren die er in mijn beleving niet is bij duurzame (organisatie)ontwikkeling. De ideeën, wijsheid en het potentieel zijn vaak gewoon aanwezig in de organisatie, ik help deze in co-creatie te ontsluiten. Het soms even niet weten, hoort hier ook bij.

Het enige instrument dat ik hierbij daadwerkelijk heb, ben ik zelf. Hoe ik in het leven sta, hoe ik naar mezelf en van hieruit naar anderen kijk, bepaalt mede het proces en gedeeltelijk ook de bestemming. Jouw zelfbeeld, mate van innerlijke stevigheid en vermogen tot oordeelloos kijken (echte verbinding maken), maken je effectief of juist niet.

Voor mij is de consequentie van deze manier van kijken en werken, dat ik aanraak, maar ook geraakt kan worden. Vanuit mijn hart en met liefde voor opdrachtgevers werken, maakt ook mij kwetsbaar. Zo gebeurde het mij bij die prachtige zorginstelling, dat de tranen over mijn wangen stroomden.

In de basis ben ik gefocust op het vinden van het goud in mensen. Vaak kom ik eerst een berg ‘modder’ tegen. Deze bestaat overwegend uit angst, lagen pijn en patronen; uit dat wat we (ingegeven door anderen of gebeurtenissen) zijn gaan geloven over onszelf. Het zien van die modder, die ook gedeeltelijk mijn kant opkwam, en de machteloosheid die daaruit voortvloeide, raakte me in het hart. Ik had er ook voor kunnen kiezen om me persoonlijk aangevallen te voelen en met modder terug te gooien, maar ik wist dat het niet over mij ging en bleef me onvoorwaardelijk focussen op het goud. Dat is (innerlijk) hard werken, maar uiteindelijk werd het water helder en kwam het goud tevoorschijn.

Heel even kwam een oordeel over mezelf naar boven, dat mijn tranen een teken van zwakte waren. “Ik ben er toch om hen te helpen, dan moet ik sterk zijn”, waren mijn gedachten.  Ook dit is een voorbeeld van een patroon of conditionering over wat mij is aangeleerd over hoe het (volgens anderen) hoort. Nee, deze tranen kwamen voort uit oprechte betrokkenheid, uit het houden van de mensen waarmee ik werk. Deze neem ik inclusief en maken werken (lees leven) voor mij juist zo intens en bijzonder.

Als ik, en misschien ook wel jij, me minder goed voel over mezelf en uit mijn midden ben, ben ik hier niet toe in staat. Dan voel ik me persoonlijk aangesproken en gooi ik misschien wel de handdoek in de ring. Dan ben ik niet in verbinding en vel ik een oordeel over deze persoon. Jammer van al het potentieel wat dan niet zichtbaar wordt en niet tot bloei kan komen.

Als we de wereld waarin we leven en werken mooier willen maken, zullen we meer moeten focussen op het goud dan op de modder. Dit begint met het goud in jezelf zien.

‘Het is onmogelijk de kracht die succes heet te vinden als je niet eerst ontdekt wie je zelf echt bent.’

Renate O’Prinsen wérkelijk veranderen

Op de hoogte blijven van nieuwe blogs? Schrijf je in.

Lees ook:

11 april 2018
12 maart 2018